ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4221
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over dringende eigen gebruik bij huur van woonruimte
In deze zaak staat centraal of verhuurder het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik, zodat de huurovereenkomst met de huurder kan worden beëindigd. Appellanten, die eigenaar zijn van het pand en zelf in een ander appartement wonen met hun jonge kinderen, vorderen beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik.
De kantonrechter wees de vorderingen af, en het hof bevestigt dit oordeel. Hoewel het hof erkent dat appellanten de woning dringend nodig hebben vanwege de groei van hun gezin en de behoefte aan werk- en opslagruimte, is onvoldoende aannemelijk geworden dat de noodzaak zo dringend is dat voortzetting van de huur niet kan worden gevergd. Daarbij weegt het hof mee dat de huurder al sinds 1976 in het gehuurde woont, aan de buurt is gehecht is en vanwege haar gezondheid en sociale contacten belang heeft bij voortzetting van de huur.
Het hof overweegt verder dat alternatieve oplossingen, zoals het creëren van een extra kamer of het huren van externe kantoorruimte, mogelijk zijn. Ook het aanbod van een vergoeding van € 60.000,- voor verhuizing weegt niet zwaar, omdat het belang van de huurder niet financieel is. De grieven van appellanten falen en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd. Beide partijen worden in de kosten van hun respectievelijke appels veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot beëindiging van de huurovereenkomst af.