ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4464
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.A. Joustra
- A.V.T. de Bie
- J.E. Doek
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij verzoek ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak stond de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd was om kennis te nemen van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die tijdelijk in het buitenland verbleef.
De minderjarige was sinds eind 2010 onder toezicht gesteld vanwege probleemgedrag en een onstabiele thuissituatie. Hoewel hij sinds februari 2011 bij familie in het buitenland verbleef en daar naar school ging, had hij zijn hele leven in Nederland gewoond en hadden zijn ouders nog steeds hun woonplaats in Nederland.
De moeder betoogde dat de rechter internationaal onbevoegd was omdat het kind zijn gewone verblijfplaats in het buitenland had. Het hof oordeelde echter dat de maatschappelijke binding van het kind met Nederland nog steeds het sterkst was en dat het verblijf in het buitenland tijdelijk van aard was.
Daarom werd de bevoegdheid van de Nederlandse rechter bevestigd en de bestreden beschikking, waarin de ondertoezichtstelling werd verlengd en een machtiging tot uithuisplaatsing werd verleend, bekrachtigd. Het hoger beroep werd afgewezen, mede omdat de machtiging tot uithuisplaatsing niet ten uitvoer was gelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot verlenging van ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing; het hoger beroep wordt afgewezen.