ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4942
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.S.G. Verhoeff
- F.W.J. den Ottolander
- L.A.J. Dun
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onjuiste toepassing artikel 227a Sr op verstrekking verblijfsvergunning
De verdachte werd ervan beschuldigd onware gegevens te hebben verstrekt aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) met het oog op het verkrijgen van een verblijfsvergunning, in strijd met artikel 227a van het Wetboek van Strafrecht. De verdediging stelde dat een verblijfsvergunning geen verstrekking of tegemoetkoming in de zin van dit artikel is, waardoor het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou zijn.
Het hof heeft het verweer onderzocht en overwogen dat de totstandkoming van artikel 227a Sr primair gericht is op frauduleuze handelingen omtrent op geld waardeerbare uitkeringen, subsidies of verzekeringsgelden, al dan niet in natura. De verstrekking van een verblijfsvergunning valt hier niet onder, noch wordt dit ondersteund door de Memorie van Toelichting of jurisprudentie.
Daarom kon het bestanddeel 'verstrekking of tegemoetkoming' niet worden bewezen en werd de verdachte vrijgesproken. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Haarlem en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde. De uitspraak werd gedaan door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 15 augustus 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat verstrekking van een verblijfsvergunning niet onder artikel 227a Sr valt.