ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5420
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- M.M.A. Gerritzen Gunst
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging alimentatiebijdrage na wijziging inkomenssituatie bij beëindiging geregistreerd partnerschap
Partijen hebben in 2004 een geregistreerd partnerschap aangegaan dat in 2007 met wederzijds goedvinden werd beëindigd. De man en vrouw zijn ouders van twee kinderen. De man was werkzaam in de baggerindustrie en is later overgestapt naar een andere baan met lager inkomen. De vrouw is gehuwd en haar echtgenoot voorziet in eigen levensonderhoud.
De man betwistte de alimentatiebijdrage die hij aan de vrouw moet betalen voor de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, stellende dat zijn draagkracht is verminderd door inkomensverlies. Hij voerde aan dat het niet redelijk is om van hem te verlangen zijn oorspronkelijke inkomen te herwinnen, mede vanwege zijn wens meer tijd met zijn nieuwe gezin door te brengen.
Het hof oordeelde dat de man redelijkerwijs in staat is zijn oorspronkelijke inkomen in de baggerindustrie te herwinnen, mede omdat hij op eigen verzoek uit die sector is gestapt en onvoldoende onderbouwing gaf voor het onvermogen om terug te keren. De inkomensvermindering wordt daarom buiten beschouwing gelaten bij de draagkrachtberekening. De 90%-regel is niet van toepassing omdat de inkomensvermindering herstelbaar is.
Het hof bevestigt de alimentatiebijdrage overeenkomstig de eerdere overeenkomst met wettelijke indexering en wijst het verzoek van de man af om de bijdrage te verlagen of te beëindigen. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De alimentatiebijdrage van de man aan de vrouw voor de kinderen wordt bevestigd met wettelijke indexering, ondanks inkomensvermindering.