ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9259
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg begrip stamhouder in geschil over bruikleen schilderijtjes uit nalatenschap
In deze civiele zaak vordert appellant de afgifte van twee schilderijtjes die in bruikleen zijn gegeven aan zijn overleden broer A. en thans in bezit zijn van geïntimeerde, zijn broer. De kwestie spitst zich toe op de uitleg van de term 'de volgende stamhouder' zoals gebruikt in een verslag van een familiebijeenkomst van 17 februari 2001, waarin werd besloten dat de schilderijtjes na A. naar de volgende stamhouder zouden gaan.
Appellant stelt dat hiermee de volgende oudste zoon bedoeld wordt, namelijk hijzelf, en verwijst naar familietradities en verklaringen van familieleden. Geïntimeerde betwist dit en voert aan dat geen duidelijke afspraken zijn gemaakt over de opvolging na A., en dat de term stamhouder niet eenduidig is. Het hof past de Haviltexmaatstaf toe om de bedoeling van partijen te bepalen, waarbij ook verklaringen van familieleden worden betrokken.
Het hof concludeert dat appellant zijn stelplicht heeft vervuld en dat er voldoende aanleiding is om hem toe te laten tot bewijslevering door getuigenverhoor om te onderbouwen dat met 'de volgende stamhouder' hem als oudste in lijn na A. is bedoeld. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Appellant wordt toegelaten tot bewijslevering door getuigenverhoor over de uitleg van 'de volgende stamhouder'; verdere beslissing wordt aangehouden.