ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9750
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling incidentele vordering op grond van artikel 843a Rv inzake overlegging documenten tussen partijen
In deze civiele zaak in hoger beroep tussen Cara C’AIR B.V. en Avnet B.V. staat een incident centraal waarin Avnet op grond van artikel 843a Rv de overlegging vordert van correspondentie en documenten met betrekking tot klachten over transformatoren en de afhandeling daarvan.
Avnet betoogt een rechtmatig belang bij inzage in correspondentie tussen Cara en Itho, de samenwerkingsovereenkomst en documenten genoemd in een Kema-rapport. Het hof oordeelt dat Cara geen verweer mocht voeren in het incident wegens vervallen recht tot antwoorden, waardoor verweren van Cara niet in aanmerking worden genomen.
Het hof toetst de vordering aan artikel 843a Rv en wijst deze deels toe: Cara moet delen van de correspondentie waarin betalingsafspraken over schadevergoeding worden gemaakt en de documenten waarnaar in het Kema-rapport wordt verwezen, overleggen. Andere gevorderde stukken worden afgewezen wegens onvoldoende rechtmatig belang of onvoldoende bepaalbaarheid.
De beslissing omtrent proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen voor memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep. Het arrest is gewezen door de rolraadsheer namens het hof op 25 september 2012.
Uitkomst: Het hof wijst de incidentele vordering deels toe en veroordeelt Cara tot overlegging van specifieke documenten aan Avnet, met aanhouding van de kostenbeslissing tot het eindarrest.