ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9805
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.W. Hoekzema
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep geluidsoverlast bovenburen en gebrek woonruimte volgens artikel 7:204 BW
In deze zaak staat de vraag centraal of geluidsoverlast van bovenburen een gebrek oplevert aan de gehuurde woonruimte zoals bedoeld in artikel 7:204 BW Pro. Appellanten, huurders van een benedenwoning uit 1930, klaagden over geluidshinder veroorzaakt door houten vloeren en onvoldoende geluidsisolatie. Na diverse correspondentie en een akoestisch onderzoek werd vastgesteld dat de geluidsisolatie-index van de woning voldeed aan de normen voor bestaande bouw, waarbij een marge van 25 dB vermindering ten opzichte van nieuwbouw werd gehanteerd.
De kantonrechter oordeelde dat geen sprake was van een gebrek en wees de vorderingen af. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de kantonrechter een te beperkte maatstaf hanteerde en dat de ervaren overlast op zichzelf al een gebrek vormde. Het hof overwoog dat de objectieve maatstaf, gebaseerd op het Gebrekenboek van de huurcommissie en NEN 1070, leidend is en dat de woning aan deze norm voldoet.
Ook de subjectieve beleving van overlast door appellanten kan het ontbreken van een objectief gebrek niet compenseren. Bewijsaanbod en verwijzingen naar eerdere klachten werden onvoldoende geacht om het oordeel te wijzigen. Het hof verwierp alle grieven van appellanten en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, waarbij appellanten in de proceskosten werden veroordeeld.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat geen sprake is van een gebrek aan de gehuurde woonruimte.