ECLI:NL:GHAMS:2012:BY0209
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.W. Hoekzema
- E.M. Polak
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke geschil over hoofdverblijf en ontbinding huurovereenkomst woonruimte
In deze zaak staat centraal of de huurder haar hoofdverblijf in de gehuurde woning heeft opgegeven, wat gevolgen heeft voor de ontbinding van de huurovereenkomst. Eigen Haard stelde dat de huurder de woning niet meer bewoonde en het gehuurde aan derden in gebruik had gegeven, wat ontbinding rechtvaardigt. De huurder verbleef deels bij haar ex-partner en voerde aan dat zij het gehuurde nog regelmatig gebruikte.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder haar hoofdverblijf niet had verplaatst en dat de stellingen van Eigen Haard onvoldoende waren om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. Het hof bevestigt dit oordeel en acht de aangevoerde feiten, zoals anonieme meldingen en huisbezoeken zonder aanwezigheid, onvoldoende bewijs voor onrechtmatige bewoning door derden of het opgeven van het hoofdverblijf.
Verder werden verklaringen van de huisarts en maatschappelijk werkster besproken, die aangeven dat de huurder het gehuurde aanhoudt om er in het weekend te verblijven en eventueel terug te keren. De pogingen tot hernieuwde relatie met de ex-man en de gezamenlijke inschrijving bij Woningnet werden door het hof niet als bewijs gezien dat het hoofdverblijf was verplaatst.
Het hof vernietigt het hoger beroep van Eigen Haard en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Eigen Haard wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de huurovereenkomst niet wordt ontbonden.