ECLI:NL:GHAMS:2012:BY0304
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over heffingsrente en voorlopige aanslag IB/PVV 2007
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2007 en de daarbij berekende heffingsrente. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de heffingsrente verminderd. Belanghebbende stelde in hoger beroep onder meer dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek tot uitstel van het onderzoek ter zitting had afgewezen zonder een belangenafweging.
Het Hof constateert dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek tot uitstel werd afgewezen, maar acht dit gebrek onvoldoende voor vernietiging van de uitspraak. Het Hof concludeert dat belanghebbende niet is benadeeld omdat zij de rechtbank toestemming had gegeven om zonder onderzoek ter zitting te beslissen.
Verder oordeelt het Hof dat het feit dat de inspecteur bij de voorlopige aanslag geen rekening hield met de leeftijd van de echtgenoot (65 jaar) niet leidt tot onzorgvuldigheid die een juiste wetstoepassing in de weg staat. Klachten over de wettelijke regeling zelf kunnen niet door de rechter worden beoordeeld. Het Hof bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.