ECLI:NL:HR:2001:AA9724
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over uitstel mondelinge behandeling naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode september 1994 tot december 1996, inclusief een verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het hof. Tijdens de procedure verzocht de gemachtigde van belanghebbende tweemaal om uitstel van de mondelinge behandeling wegens medische redenen en onvoldoende voorbereidingstijd. Het hof wees beide verzoeken zonder motivering af.
De Hoge Raad overweegt dat het recht op vertegenwoordiging en het feit dat het fiscale geding slechts één instantie kent, vereisen dat een verzoek tot uitstel bij gewichtige redenen in beginsel moet worden ingewilligd, tenzij zwaarder wegende belangen zich daartegen verzetten. Het hof had dit belangenafwegingscriterium moeten toepassen en motiveren.
Omdat het hof dit naliet, verklaart de Hoge Raad het beroep gegrond, vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van een gemotiveerde belangenafweging bij uitstelverzoeken.