ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1478
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- C.G. Kleene-Eijk
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Verrekening van niet-uitgekeerde ondernemingswinsten in huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn in 1994 onder huwelijkse voorwaarden gehuwd met uitsluiting van gemeenschap van goederen en een verrekenbeding dat zich beperkte tot het belastbaar inkomen volgens de Wet IB 1964, waarbij zuivere inkomsten uit vermogen en inkomsten belast naar een bijzonder tarief waren uitgesloten.
De man, directeur en enig aandeelhouder van een B.V., stelde dat de niet-uitgekeerde winsten van de onderneming niet onder het verrekenbeding vielen, terwijl de vrouw betoogde dat zij aanspraak had op deze winsten en dat de notaris haar niet adequaat had geïnformeerd over de gevolgen van het inkomensbegrip.
Het hof overwoog dat het verrekenbeding niet expliciet ondernemingswinsten omvatte, maar dat de omstandigheden, waaronder de rol van de vrouw in de onderneming en het feit dat het salaris van de man relatief laag was ten opzichte van de winst, meebrengen dat op grond van redelijkheid en billijkheid verrekening van niet-uitgekeerde winsten moet plaatsvinden.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze het verrekenbeding niet op ondernemingswinsten betrok en de zaak werd terugverwezen voor verdere afhandeling met inachtneming van deze beslissing.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat niet-uitgekeerde ondernemingswinsten op grond van redelijkheid en billijkheid moeten worden verrekend en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.