ECLI:NL:RBHAA:2011:BU2907
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Flipse
- M.A.C. Hofman
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Uitleg inkomensbegrip en verrekening huwelijkse voorwaarden bij ondernemingswinsten
In deze zaak staat de uitleg van het inkomensbegrip en het verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden centraal, waarbij de vraag is of niet-uitgekeerde ondernemingswinsten van een vennootschap van de man onder het verrekenbeding vallen. De echtgenoten zijn gehuwd onder uitsluiting van gemeenschap van goederen met een verrekenbeding dat het begrip inkomen verwijst naar het belastbaar inkomen volgens de Wet op de inkomstenbelasting 1964, met enkele uitzonderingen.
De man stelt dat het inkomensbegrip geen ondernemingswinsten omvat die via vennootschapsbelasting worden belast, terwijl de vrouw betoogt dat het verrekenbeding ook deze winsten omvat, mede op grond van artikel 1:141 lid 4 BW Pro. De rechtbank overweegt dat het inkomensbegrip ruim moet worden uitgelegd en dat ook niet-uitgekeerde winsten die redelijk zijn en de continuïteit van de vennootschap niet schaden, onder het verrekenbeding vallen.
De rechtbank wijst op het belang van een deskundigenbericht om het te verrekenen vermogen vast te stellen, inclusief de financiering van goederen met zuivere inkomsten uit vermogen en de omvang van niet-uitgekeerde winsten. De procedure wordt pro forma aangehouden en partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over het deskundigenonderzoek. Tussentijds wordt hoger beroep tegen deze tussenbeschikking toegestaan.
Uitkomst: Het inkomensbegrip in de huwelijkse voorwaarden omvat ook niet-uitgekeerde ondernemingswinsten, onder voorwaarden, en een deskundigenonderzoek wordt bevolen.