ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3210
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- J.C.M. van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onzakelijke leningen en fiscale aftrekbaarheid van verliezen bij overdracht aandeelhoudersvorderingen
In deze zaak staat centraal of het door belanghebbende geleden verlies op haar vorderingen op [D] Holding in 2006 fiscaal aftrekbaar is. Belanghebbende had haar aandelen in [D] Holding en de daarbij behorende vorderingen overgedragen aan [K], waarbij zij een verlies van ruim €1 miljoen in aftrek bracht. De inspecteur stelde dat dit verlies voortvloeit uit onzakelijke leningen en daarom niet aftrekbaar is. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard.
Het Hof stelt vast dat de leningen aan [D] Holding, een vennootschap met een zeer laag eigen vermogen en een hoge schuldenlast, zijn verstrekt onder voorwaarden die een onafhankelijke derde niet zou accepteren. De leningen zijn achtergesteld bij een grote banklening en de activa zijn verpand aan Rabobank, waardoor sprake is van een hoog debiteurenrisico dat uitsluitend uit aandeelhoudersmotieven kan worden verklaard. Dit kwalificeert de leningen als onzakelijk.
Belanghebbende voerde aan dat de vorderingen volwaardig waren en dat het verlies niet onder de arresten van de Hoge Raad valt. Het Hof oordeelt echter dat volwaardigheid niet uitsluit dat sprake is van een onzakelijke lening vanwege het onzakelijke debiteurenrisico. Ook de overdracht van de leningen aan een derde verandert hier niets aan.
Het Hof concludeert dat het verlies op deze onzakelijke leningen niet ten laste van de fiscale winst mag worden gebracht en bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verlies op onzakelijke leningen is niet aftrekbaar van de fiscale winst.