ECLI:NL:GHAMS:2012:BY4553
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- B.A. van Brummelen
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vrijstelling omzetbelasting voor bleken tanden en plaatsen facings
Belanghebbende, een onderneming in esthetische tandheelkunde, voerde in hoger beroep aan dat haar diensten zoals het bleken van tanden en het plaatsen van facings vrijgesteld zouden moeten zijn van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel g, sub 1º, van de Wet OB. De rechtbank had eerder geoordeeld dat deze behandelingen vooral een cosmetisch doel hebben en daarom niet onder de vrijstelling vallen.
Het Hof bevestigt dat het bleken en het plaatsen van facings in de regel geen gezondheidskundige verzorging vormen, omdat het voornaamste doel cosmetisch is en niet therapeutisch. Hoewel in uitzonderlijke gevallen sprake kan zijn van een medische indicatie bij ernstige tandverkleuringen of afwijkingen, heeft belanghebbende onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit bij haar cliënten het geval is. Ook de intakegesprekken en mondhygiënebehandelingen worden gezien als onderdeel van één enkele dienst en niet als aparte vrijgestelde prestaties.
Het beroep op het beleidsbesluit van de Staatssecretaris van Financiën en het vertrouwensbeginsel wordt verworpen. Het Hof concludeert dat de vrijstelling niet van toepassing is en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft gehandhaafd.