ECLI:NL:GHAMS:2012:BY4840
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- J.C. Toorman
- C.C. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen last onder dwangsom wegens permanente bewoning recreatiewoning
Appellanten, eigenaren van een recreatiewoning, werden door de gemeente Opmeer geconfronteerd met een last onder dwangsom wegens het gebruik van de recreatiewoning als hoofdverblijf, wat volgens het bestemmingsplan verboden is. De gemeente baseerde dit op diverse feiten, waaronder inschrijving in de GBA, hypotheekrenteaftrek, visuele controles en het ontbreken van een overtuigend tegenbewijs.
Appellanten voerden aan dat hun hoofdverblijf zich sinds 1 april 2010 verplaatste naar een gehuurde woning aan een ander adres, waar zij ook in de GBA stonden ingeschreven. Zij betwistten dat zij de recreatiewoning permanent bewoonden en stelden dat de gemeente onvoldoende bewijs had geleverd. Het hof onderzocht uitgebreid de feiten, waaronder controleverslagen, verklaringen van derden en de inrichting van de woningen.
Het hof oordeelde dat het verweer van appellanten onvoldoende consistent en onderbouwd was en dat de gemeente voldoende had aangetoond dat de recreatiewoning permanent werd bewoond. De huur van de nieuwe woning en de inschrijving daarin werden door het hof niet als doorslaggevend beschouwd, mede vanwege het ontbreken van bewijs van daadwerkelijke bewoning en het geringe huurbedrag. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de last onder dwangsom wegens permanente bewoning van de recreatiewoning wordt bekrachtigd.