ECLI:NL:GHAMS:2012:BY4952
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor niet voldoen aan bevel douane, wel veroordeling voor niet beantwoorden vragen bij 100%-controle
De verdachte werd primair ten laste gelegd dat hij op 8 juni 2009 op Schiphol niet voldeed aan een bevel of vordering van douaneambtenaren krachtens artikel 14 van Pro het Communautair Douanewetboek. Subsidiair werd hem ten laste gelegd dat hij op die datum niet voldeed aan een verplichting tot het verstrekken van informatie aan de douane tijdens een 100%-controle.
De verdediging voerde aan dat het verzoek om informatie prematuur was, omdat niet vaststond dat sprake was van invoer van goederen. Het hof oordeelde echter dat de controlebevoegdheden juist mede strekken tot het vaststellen van de invoer van goederen en dat de verdachte verplicht was de vragen te beantwoorden.
Het hof sprak de verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat hij niet voldeed aan een bevel als bedoeld in artikel 184 Sr Pro. Wel werd bewezen verklaard dat hij niet voldeed aan de verplichting uit artikel 14 CDW Pro en artikel 10:6 ADW Pro door niet te antwoorden op vragen van douaneambtenaren.
De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €120,00, waarvan de tenuitvoerlegging werd opgeschort onder een proeftijd van twee jaar. Bij niet-betaling geldt vervanging door twee dagen hechtenis.
Het arrest is gewezen door de elfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 29 november 2012.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van primair ten laste gelegde, veroordeeld tot voorwaardelijke geldboete voor niet beantwoorden vragen tijdens douanecontrole.