ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5762
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis kantonrechter in effectenleasezaak wegens onvoldoende bewijs kennis leaseovereenkomst
In deze zaak stond de vraag centraal of de echtgenote van de gedaagde reeds meer dan drie jaar voor 18 november 2004 op de hoogte was van het bestaan van een effectenleaseovereenkomst afgesloten door haar echtgenoot bij Dexia. Dexia voerde aan dat zij tijdig bekend was met de overeenkomst, zodat vernietiging niet mogelijk zou zijn wegens verjaring.
Het hof liet Dexia toe bewijs te leveren en hoorde daartoe twee getuigen, de echtgenote en haar echtgenoot. Beide getuigenverklaringen kwamen grotendeels overeen en werden door het hof als geloofwaardig beoordeeld. Uit deze verklaringen bleek echter geen bewijs dat de echtgenote vóór 18 november 2001 op de hoogte was van de leaseovereenkomst.
De echtgenote verklaarde dat zij het contract pas op 23 oktober 2004 ontdekte en dat haar echtgenoot de financiële zaken en post beheerde. De echtgenoot bevestigde dat hij de contracten had afgesloten zonder haar hiervan op de hoogte te stellen en dat hij de betalingen van een zakenrekening verrichtte waar zij geen inzage in had.
Het hof concludeerde dat Dexia niet geslaagd was in haar bewijsopdracht en verwierp haar grief. Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en Dexia werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het beroep van Dexia af wegens onvoldoende bewijs van tijdige kennis van de leaseovereenkomst.