4.15 ASR heeft zich daarentegen beroepen op de (door haar als productie 2 bij memorie van antwoord overgelegde) guidance van het National Institute for Health and Excellence, een onderdeel van de National Health Service van het Verenigd Koninkrijk, waarin onder 1.11 wordt opgemerkt:
"Current evidence on the safety and efficacy of percutaneus endoscopic laser servical discectomy is inadequate in quantity and quality."
Hiertegen heeft [appellante] echter bij de pleidooien onweersproken aangevoerd dat dit artikel betrekking heeft op een discectomie uit de nek en niet uit de lende of rug, waarbij een geheel andere indicatiestelling en geheel andere anatomie aan de orde is. Daarnaast heeft zij er ook op gewezen dat het artikel betrekking heeft op een lasermethode, waarbij niet, zoals bij de PTED-methode, weefsel wordt verwijderd maar slechts weefsel wordt verschrompeld met hooguit een indirecte ontlasting van de zenuwen als gevolg.
Ook heeft ASR gewezen op de (door haar als productie 3 in hoger beroep overgelegde) website van Cigna (VS) inzake "Herniated Disc", onder het kopje "Experimental treatments":
"Research continues on herniated disc treatments that do not involve open surgery. For example, laser uses a focused beam of light to dissolve a herniated disc. Although this technology has been used by some surgeons for several years, it is considered experimental because of lack of studies on its effectiveness and safety. It appears to be less effective than standard discectomy."
Ook hiervoor geldt dat het artikel betrekking heeft op een lasermethode, zoals hiervoor besproken.
Voorts heeft ASR (onder overlegging van productie 4 bij memorie van antwoord) aangevoerd dat AETNA, een grote verzekeraar in de Verenigde Staten, begrippen als experimenteel en onderzoekend gebruikt en onder de titel "Laser Diskectomy" heeft geconcludeerd dat "there is currently no evidence supporting endoscopic (miscro-suction) or laser treatment of disc prolapse".
Terecht heeft [appellante] hiertegen aangevoerd dat ook dit verweer betrekking heeft op een lasermethode die bij de PTED-methode niet aan de orde is. Voorts heeft zij onweersproken aangevoerd dat de suctie (of zuig-)techniek een methode betreft daarbij de kern van de discus wordt weggezogen zonder zicht, terwijl de PTED-methode wordt gebruikt met zicht.
ASR heeft verder gewezen op de conclusies van The Royal Australian College of Surgeons in zijn rapport "Systematic Revieuw of Percutaneus Endoscopic Laser Discectomy (productie 5 bij memorie van antwoord):
"Given the exetremely low level of evidence available for this procedure it was recommended that the procedure be regarded as experimental until results are available from a controlled clinical trial, ideally with random allocation to an intervention and control group."
Ook hier was slechts sprake van een lasertechniek.
Tenslotte heeft ASR gewezen op de conclusie van het CBO in zijn richtlijn "Lumbosacraal Radiculair Syndroom" uit 2008 (productie 6 bij memorie van antwoord) waarin de conclusie voorkomt dat er nog onvoldoende studies zijn om een goede uitspraak te kunnen doen over de waarde van de nieuwe endoscopische techniek en/of die vergelijkbare of superieure resultaten geven vergeleken met de standaard operatietechniek.
Hiertegen heeft [appellante] bij de pleidooien onweersproken aangevoerd dat deze richtlijn niet afkomstig is van chirurgen maar van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie en betrekking heeft op een lumbosacraal radiculair syndroom, terwijl [appellante] niet daaraan leed, maar onbetwist een hernia had op niveau L4-5.