ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ0439
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurprijsvaststelling en verjaring beroep nietigheid afwijkend beding middenstandsbedrijfsruimte
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een huurder en verhuurder van een tankstation bedrijfsruimte over de huurprijsvaststelling en de geldigheid van een afwijkend beding in de huurovereenkomst. De huurder verzocht de benoeming van een deskundige om een nadere huurprijs vast te stellen op grond van artikel 7:304 BW Pro, nadat partijen geen overeenstemming bereikten over de huurprijs bij verlenging van de huurovereenkomst.
De verhuurder stelde primair dat de huurder niet ontvankelijk was omdat de schriftelijke huurovereenkomst een huurprijsvaststelling tot 2019 uitsloot, en subsidiair dat een onderzoek aan de hand van vergelijkbare huurobjecten moest plaatsvinden. De kantonrechter oordeelde echter dat de huurder wel ontvankelijk was en benoemde een deskundige met de opdracht de huurprijs te bepalen volgens de wettelijke maatstaven.
Het hoger beroep richtte zich onder meer op de uitleg van het huurprijsbeding en de vraag of het beroep op nietigheid wegens strijd met dwingendrechtelijke bepalingen was verjaard. Het hof oordeelde dat het beroep op vernietiging niet verjaard was omdat de verjaringstermijn pas begint te lopen wanneer de verhuurder een beroep doet op het afwijkende beding. Verder bevestigde het hof dat de deskundige terecht was benoemd en de juiste opdracht had gekregen.
Alle grieven van de verhuurder faalden, en de bestreden beschikking werd bekrachtigd. De verhuurder werd veroordeeld in de kosten van het principaal hoger beroep, de huurder in de kosten van het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en verklaart het beroep op vernietiging van het afwijkende huurprijsbeding niet verjaard.