ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ1623
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijtelling privégebruik auto door werkgever aan directeur in 2004-2005
Belanghebbende, directeur en 100%-aandeelhouder van een vennootschap, stelde dat een Aston Martin in augustus 2004 aan hem privé was overgedragen, waardoor de bijtelling privégebruik auto vanaf dat moment niet meer van toepassing zou zijn. De inspecteur stelde dat de overdracht pas na 2005 had plaatsgevonden en dat de rittenregistraties onbetrouwbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat de feitelijke overdracht van de auto pas na 2005 plaatsvond, mede omdat de kosten van de auto in 2004 en 2005 nog ten laste van de vennootschap waren gebracht en de auto pas in 2007 op naam van belanghebbende werd gesteld. De rittenregistraties en spreadsheets waren inconsistent en niet sluitend, waardoor niet overtuigend kon worden aangetoond dat het privégebruik minder dan 500 kilometer per jaar bedroeg.
Het Hof sloot zich aan bij de rechtbank en bevestigde dat de auto in 2004 en 2005 door de vennootschap aan belanghebbende ter beschikking was gesteld en dat de bijtelling terecht was toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijtelling privégebruik auto voor 2004 en 2005 wordt bevestigd.