ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ1999
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.C.W. Rang
- E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verhuiskostenvergoeding bij vrijwillige verhuizing tijdens renovatie wooncomplex
In deze civiele zaak vordert appellant een vergoeding van €5.264,28 op grond van artikel 11g van het Besluit Beheer Sociale Huursector (Bbsh), omdat hij tijdens de renovatie van zijn gehuurde woning verhuisde naar een andere woning van verhuurder Stadgenoot. Hij stelt dat hij gedwongen was te verhuizen en dat hem daarom een vergoeding toekomt.
De rechtbank wees de vordering af en het hof Amsterdam bekrachtigt dit oordeel. Het hof overweegt dat appellant vrijwillig koos voor verhuizing naar een reeds gerenoveerde woning, terwijl hij ook had kunnen blijven wonen en de renovatie in bewoonde toestand laten uitvoeren. Er is geen sprake van een gedwongen verhuizing, een vereiste voor het recht op vergoeding volgens artikel 11g Bbsh.
Appellant voerde verder aan dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van huurders die wel een vergoeding ontvingen en dat het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel zijn rechten schonden. Het hof verwerpt deze grieven, omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn en verhuurder vooraf duidelijk had gemaakt dat bij vrijwillige verhuizing geen vergoeding zou worden toegekend.
Het hof wijst ook op het feit dat appellant reeds een vergoeding ontving van de gemeente op grond van een andere regeling. De bewijsaanbiedingen van appellant worden gepasseerd wegens onvoldoende concrete feitelijke onderbouwing. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Hof bekrachtigt vonnis en wijst vordering af omdat verhuizing vrijwillig was en geen recht op vergoeding bestaat.