ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ8584
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- C.A. Joustra
- A.A. van Berge
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake mandaat en rechtsgeldigheid indicatiebesluiten bij ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing kinderen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Alkmaar die de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar kinderen verlengde. WSJ, de jeugdbeschermingsinstantie, had de verzoeken ingediend en de moeder betwistte de bevoegdheid van WSJ vanwege het ontbreken van een geldig mandaat en de geldigheid van de indicatiebesluiten.
Het hof oordeelde dat WSJ wel degelijk bevoegd is op grond van een mandaatbesluit van BJZNH, ook al vallen de moeder en kinderen niet binnen de primaire doelgroep van WSJ. De verzoekschriften waren rechtsgeldig ondertekend door de inhoudelijk manager van WSJ. De moeder werd niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot het overleggen van een geldig mandaat onder dreiging van een dwangsom.
Verder stelde de moeder dat de indicatiebesluiten niet rechtsgeldig waren vanwege onjuiste ingangsdata, ontbrekende ondertekening door gedragswetenschappers en vage doelstellingen. Het hof verwierp deze stellingen en bevestigde dat de indicatiebesluiten geldig waren voor de verlengingsperiode tot 30 april 2012. Voor de periode daarna ontbraken toen nog indicatiebesluiten, maar het hof stelde WSJ in de gelegenheid deze alsnog binnen twee weken te overleggen, waarna de moeder schriftelijk kon reageren.
De behandeling van de zaak werd pro forma aangehouden tot 2 december 2012, waarna een beslissing zal volgen. De moeder en WSJ bleven het oneens over de bevoegdheid en geldigheid van de besluiten, maar het hof gaf prioriteit aan procedurele correctheid en het waarborgen van rechten van partijen.
Uitkomst: Het hof verklaart de moeder niet ontvankelijk in haar verzoek tot het overleggen van een geldig mandaat en houdt de zaak aan voor nader overleg over de indicatiebesluiten.