ECLI:NL:GHAMS:2012:CA1483
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.A. Joustra
- A. van Haeringen
- A.A. van Berge
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij termijnoverschrijding betaling griffierecht in familierechtzaak
De vrouw kwam in hoger beroep tegen beschikkingen van de rechtbank Amsterdam in een familierechtzaak. Het hof behandelde uitsluitend de ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarbij werd vastgesteld dat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het beroepschrift was betaald. De betaling vond plaats enkele dagen te laat, waardoor volgens artikel 282a lid 2 Rv de vrouw niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De vrouw voerde aan dat verwarring over correspondentie van het hof en telefonische mededelingen haar het vertrouwen hadden gegeven dat het beroep ontvankelijk zou zijn, en deed een beroep op de hardheidsclausule uit artikel 282a lid 4 Rv. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheden niet tot toepassing van de hardheidsclausule konden leiden, mede omdat de termijn voor betaling van het griffierecht wettelijk is vastgesteld en de advocaat geacht wordt hiervan op de hoogte te zijn.
Daarnaast vond het hof de termijnoverschrijding, ondanks het tussengelegen weekend, niet verwaarloosbaar en wees het beroep op disproportionaliteit tussen griffierecht en belangen van de vrouw af. Het verzoek van de man om de vrouw in de proceskosten te veroordelen werd eveneens afgewezen. Het hof verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en wees het verzoek van de man tot proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.