Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1],
1.Het geding in hoger beroep
- € 4.166.404,- (per 1 september 2007) dan wel € 2.874.082,08 (per eind 2007) ,
- althans € 2.885.014,04,
- althans € 3.157.256,99,
- althans € 3.286.668,-,
- althans € 2.500.000,-,
2.Feiten
- januari 2006 € 550.000,-
- februari 2006 € 900.000,-
- maart 2006 € 500.000,-
- april 2006 € 200.000,-
- november 2006 € 500.000,-
- februari 2007 € 500.000,-,
3.Beoordeling
grief IIkomt[appellanten] op tegen het oordeel van de rechtbank dat[appellanten] de belangenverstrengeling tussen Eureffect en Amsterdams Effectenkantoor B.V. (hierna: AEK) onvoldoende heeft onderbouwd. Subsidiair meent[appellanten] dat zij Eureffect had dienen op te dragen bewijs te leveren.
grief IVbetoogt[appellanten] dat de rechtbank hem ten onrechte bewijs heeft opgedragen van zijn stelling dat partijen begin 2005 hebben afgesproken dat zou worden belegd op basis van een neutraal profiel. Volgens hem ligt op Eureffect de bewijslast van de stelling dat speculatief zou worden belegd. Het hof stelt vast dat deze grief (slechts) betrekking heeft op het deel van het vermogen van[appellanten] (‘om en nabij 10%’) ter zake waarvan de rechtbank de vordering van[appellanten] heeft afgewezen.
vijfde griefheeft betrekking op de eigen schuld van[appellanten].