Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. C.C. Jongenste ‘s-Gravenhage,
mr. A. Kniggete Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de ontbinding van een commanditaire vennootschap (C.V.) en de daaruit voortvloeiende schadevergoeding centraal. De stichting DLO had de samenwerkingsovereenkomst opgezegd, wat het hof als een gewichtige reden voor ontbinding van de C.V. kwalificeert. Dit maakt DLO in beginsel schadeplichtig. De beherende vennoten vorderen vergoeding van de kosten die zij hebben gemaakt voor de realisatie van het Kennis- en Innovatiecentrum Food (KFI).
Het hof stelt vast dat de vordering tot ongedaanmaking van verrichte prestaties niet toewijsbaar is op grond van artikel 7A:1684 BW, maar dat er wel grond is voor schadevergoeding wegens de wijze van opzegging. De beherende vennoten hebben echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade hebben geleden door winstderving. Wel is aannemelijk dat zij kosten hebben gemaakt voor de voorbereiding van het bestemmingsplan en het bouwrijp maken van de grond die toerekenbaar zijn aan het KFI.
Partijen verschillen fundamenteel van mening over de wijze van schadeberekening en de toerekening van kosten aan het KFI. Het hof benadrukt dat de schadeberekening moet uitgaan van de hypothetische situatie waarin de opzegging niet had plaatsgevonden. Daarom wordt de zaak aangehouden en partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het te hanteren scenario en de gevolgen daarvan voor de schadeberekening.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere schadeberekening en partijen worden uitgenodigd zich uit te laten over het te hanteren scenario.