Uitspraak
1.Het verweer en een subsidiair verzoek
2.Het standpunt van het openbaar ministerie
3.Beoordeling van het verweer en het verzoek
- een nadere telecomanalyse van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1], waaruit zou blijken dat op 19 april 1993, de dag van de dood van [slachtoffer], ’s middags gedurende bijna 10 minuten telefonisch contact is geweest tussen de huisaansluiting ([telefoonnummer 3]) van de woning van de ouders van de verdachte en het nummer [telefoonnummer 1], toegeschreven aan medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] als de gebruikers daarvan;
- verklaringen van de door [getuige 8], [getuige 9], [getuige 10] en [getuige 11] als getuigen afgelegde verklaringen;
- de inhoud van een afgeluisterd en opgenomen gesprek, gevoerd door de verdachte en haar zus op 13 augustus 2008, waarin de verdachte onder meer zou hebben gezegd “