ECLI:NL:GHAMS:2013:2040
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- O.B. Onnes
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslagen landinrichtingsrente ondanks onvrede over ruilverkavelingsproject
Belanghebbenden, eigenaren van percelen binnen een ruilverkavelingsproject, maakten bezwaar tegen de aanslagen landinrichtingsrente opgelegd door de inspecteur van de Belastingdienst. Zij voerden aan dat de landinrichtingscommissie fouten had gemaakt bij de afwikkeling van het project, waardoor zij niet het volledige genot van hun kavels zouden hebben.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de lijst der geldelijke regelingen (LGR), eenmaal door de rechtbank gesloten, als bindende titel geldt. Bezwaar tegen de hoogte van de kosten of de verdeling daarvan kan niet meer worden ingebracht na sluiting van de LGR. Het hof onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat het begrip 'genot' in artikel 224 van Pro de Landinrichtingswet moet worden uitgelegd als het genot van eigendom in juridische zin, niet als feitelijk nut.
Het hof stelt vast dat onvrede over de wijze van afwikkeling van het ruilverkavelingsproject niet kan worden gebruikt om aanslagen landinrichtingsrente aan te vechten. Ook is geen sprake van onzorgvuldigheid of onvoldoende motivering door de inspecteur. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de aanslagen blijven in stand.
Uitkomst: De aanslagen landinrichtingsrente worden bevestigd en de beroepen van belanghebbenden worden ongegrond verklaard.