Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
…RTD…)
…RTD…)
…RTD…)
…RTD…)
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende had bij de inspecteur bindende tariefinlichtingen (bti’s) aangevraagd voor diverse massageoliën en massagebadoliën, waarbij zij de producten wilde laten indelen onder GN-post 3304 99 00 (producten voor huidverzorging). De inspecteur had de producten echter ingedeeld onder post 3307 90 00 voor massageoliën en 3307 30 00 voor badpreparaten. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Haarlem, die de indeling van de inspecteur bevestigde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof heeft uitgebreid de aard en bestemming van de producten onderzocht aan de hand van de GN, aantekeningen op hoofdstuk 33, en relevante Europese regelgeving. Het Hof oordeelde dat de producten, hoewel huidverzorgende bestanddelen bevatten, primair bedoeld zijn als hulpmiddel bij erotische massages en niet als huidverzorgingsproducten. Daarom kwalificeren zij niet als producten onder post 3304, maar onder post 3307 van de GN.
De massageoliën, inclusief de massagekaars, worden ingedeeld onder post 3307 90 00, terwijl de combinatieproducten van massageolie en badolie onder post 3307 30 00 vallen. Het Hof bevestigt hiermee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er worden geen kosten aan de partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de producten worden ingedeeld onder GN-post 3307 90 00 en 3307 30 00.