Uitspraak
_______________________________________________________________________ _ _
1.Het geding in hoger beroep
2.De stukken van het geding
3.De feiten
4.De bedenkingen
5.Het standpunt van de oud-notaris
6.De beoordeling
7.De beslissing
1.De procedure
- de beslissing van de voorzitter van Kamer, [naam], van 16 februari 2012 waarin aan de plaatsvervangend voorzitter van de Kamer, [naam], is opgedragen onderzoek te verrichten naar de notaris;
- de brief met bijlagen van de plaatsvervangend voorzitter van 6 juli 2012 waarin hij de voorzitter heeft geadviseerd de zaak op de voet van artikel 96 lid 6 Wet Pro op het notarisambt (hierna: ‘de Wna’) voor te leggen aan de Kamer;
- de brief van 2 augustus 2012 van de voorzitter aan de Kamer waarmee zij de zaak ter tuchtrechtelijke behandeling aan de Kamer heeft voorgelegd;
- de mondelinge behandeling van de zaak op 5 november 2012 waarbij zijn verschenen de notaris en diens gemachtigde mr. E.J.M. van Rijckevorsel-Teeuwen;
- de pleitnotities van mr. Van Rijckevorsel-Teeuwen.
2.De feiten
3.De klacht
4.De beoordeling van de klacht
“nooit informatie heeft ingewonnen naar de antecedenten van [naam]”. De notaris heeft in deze procedure gesteld dat dat anders ligt; hij heeft gezegd dat hij nooit gebruik maakt van zoekmachines via internet vanwege de in zijn optiek grote mate van onbetrouwbaarheid. Hij heeft echter wel degelijk onderzoek gedaan naar [naam] en dat ook medegedeeld aan de plaatsvervangend voorzitter.