ECLI:NL:GHAMS:2013:2320
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen - Poortvliet
- C.G. Kleene-Eijk
- C.A. Joustra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verrekening huwelijkse voorwaarden bij echtscheiding met geschil over vermogenspositie
Partijen zijn in 2002 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Bij echtscheiding in 2010 is overeengekomen dat hun vermogens worden verrekend alsof sprake was van gemeenschap van goederen, met peildatum 23 maart 2010, de datum van het indienen van het echtscheidingsverzoek.
De rechtbank had bepaald dat de man aan de vrouw €4.004,87 moest betalen. De man kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat de verrekening onjuist was en dat hij onterecht bevoordeeld werd. De vrouw verzocht de beschikking te bekrachtigen.
Het geschil betrof met name de waardering van het privévermogen van de vrouw, mede vanwege een geschil over betalingen uit een ontbonden maatschap. Het hof oordeelde dat het vermogen van de vrouw op de peildatum moest worden vastgesteld op basis van het banksaldo verminderd met belastingaanslagen en advocaatkosten, vermeerderd met een vordering die op de peildatum bestond. De man had zijn advocaatkosten niet onderbouwd, zodat het hof het vermogen van de man gelijk hield aan dat van de rechtbank.
Het hof vernietigde de beschikking voor zover de man aan de vrouw moest betalen en veroordeelde de vrouw tot betaling van €238,74 aan de man. De rest van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking voor zover de man €4.004,87 aan de vrouw moet betalen en veroordeelt de vrouw tot betaling van €238,74 aan de man.