Uitspraak
1. Het geding in hoger beroep
De stukken van het geding
Gerechtshof Amsterdam
Klager heeft tegen de notaris een klacht ingediend omdat deze hem een declaratie van €11.305,- stuurde voor kosten die verband houden met door klager ingediende klachtprocedures. Klager stelt dat hij de notaris geen opdracht heeft gegeven deze werkzaamheden te verrichten en dat de declaratie bedoeld is om hem af te schrikken gebruik te maken van zijn klachtrecht.
De kamer van toezicht over de notarissen verklaarde de klacht gegrond en wees het verzet van klager tegen een eerdere afwijzing toe. De notaris stelde dat de declaratie een signaal was vanwege de vele klachten van klager, maar erkende dat hij de uitspraak van de voorzitter van de Ring van Notarissen zou opvolgen.
Het hof bevestigt dat het niet is toegestaan voor de notaris om kosten van klachtprocedures bij klager in rekening te brengen zonder opdracht. De klacht wordt gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel, mede gelet op het feit dat klager in het verleden vele klachten heeft ingediend waarvan slechts één gedeeltelijk gegrond was.
De notaris mag de kosten niet declareren, maar het hof toont begrip voor zijn frustratie over de vele klachten. De bestreden beslissing van de kamer van toezicht wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen de declaratie van de notaris wordt gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel en de bestreden beslissing wordt bevestigd.