ECLI:NL:GHAMS:2013:2580
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid arbitragebeding en rechtskeuze in franchiseovereenkomst Subway
Het geschil betreft een franchiseovereenkomst tussen appellant en Subway International B.V. met een arbitragebeding en rechtskeuze voor het recht van Liechtenstein. Appellant betwist de geldigheid van het arbitragebeding en de rechtskeuze, stellende dat het beding onredelijk bezwarend is en dat het geschil geen internationaal karakter heeft.
De rechtbank Amsterdam verklaarde zich aanvankelijk onbevoegd vanwege het arbitragebeding. Het hof bevestigt dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Rv Pro in principe bevoegd is, maar zich moet onthouden indien een geldige arbitrageovereenkomst bestaat volgens artikel 1074 lid 1 Rv Pro.
Het hof gaat ervan uit dat het arbitragebeding onder het recht van Liechtenstein valt en zal zelf beoordelen of dit beding ongeldig is. Partijen krijgen de gelegenheid zich nader uit te laten, met name appellant, en wordt geadviseerd een deskundigenrapport te overwegen. De zaak wordt aangehouden voor nadere beslissing.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere beoordeling van de geldigheid van het arbitragebeding onder het recht van Liechtenstein.