Uitspraak
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grief Iwijst [appellant] er terecht op, kort gezegd, dat de kantonrechter in het bestreden vonnis, waaronder het dictum, bij herhaling melding maakt van een bruto maandsalaris van € 2.195,=, terwijl dit € 2.195,35 moet zijn. Deze grief is dan ook gegrond.
vooralsnog uitgegaan moet worden van een brutosalaris van EUR 2.195,-, waartegen Geïntimeerde zich thans in hoger beroep (…) verzet”.
grief IIkomt [appellant] op tegen de afwijzing van zijn geldvorderingen door de kantonrechter.
erkend dat aan hem over de periode van 1 januari 2011 tot 1 augustus 2011 terecht een loon is betaald van € 1.300,00 netto per maand. De oorspronkelijke vordering van [appellant] om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van het netto-equivalent van het achterstallige loon, kan daarom niet worden toegewezen. Ook de gewijzigde vordering van [appellant] om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling vanaf 1 januari 2011 van het verschil tussen € 2.195,35 bruto aan loon per maand en € 1.633,27 bruto aan loon per maand, kan niet worden toegewezen. Die veroordeling zou ertoe leiden dat aan [appellant] per saldo meer loon wordt betaald dan € 1.300,00 netto per maand, terwijl [appellant] het met betaling van dat bedrag eens is.”
heeft [appellant] erkend dat hij gelet op artikel 9(lid 3 van de arbeidsovereenkomst; hof)
aanspraak heeft op 70% van het overeengekomen loon, te weten € 1.536,50 bruto per maand (70% van € 2.195,00 per maand). Vast staat dat [geïntimeerde] ook na 1 augustus 2011 aan [appellant] een loon heeft betaald van € 1.300,00 netto per maand. (…)