Uitspraak
_______________________________________________________________________ _ _
1. Het geding in hoger beroep
De stukken van het geding
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster diende een klacht in tegen een notaris wegens vermeende onzorgvuldigheid bij het opstellen en passeren van huwelijkse voorwaarden. Zij stelde dat zij pas in 2009 kennis had genomen van de akte en dat zij onder druk een volmacht had getekend. De notaris voerde verweer dat de klachttermijn van drie jaar was verstreken, aangezien de akte in 2007 was gepasseerd en klaagster hiervan op de hoogte was.
De kamer van toezicht verklaarde de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn. Klaagster ging hiertegen in hoger beroep. Het hof bevestigde dat de klachttermijn van drie jaar ingaat op het moment dat klaagster kennis neemt van het handelen van de notaris. Omdat klaagster in 2009 kennis had genomen van de akte en de klacht pas in 2012 werd ingediend, was zij te laat.
Ten aanzien van het klachtonderdeel over het niet tijdig verstrekken van stukken aan klaagster, oordeelde het hof dat de notaris de geheimhoudingsplicht te strikt had geïnterpreteerd, maar dat dit niet tuchtrechtelijk laakbaar was. Het hof vernietigde de bestreden beslissing en verklaarde de klacht deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
Uitkomst: Klacht tegen notaris niet-ontvankelijk wegens overschrijding klachttermijn; klachtonderdeel inzake dossierverstrekking ongegrond verklaard.