Uitspraak
1.[appellant],
mr. R.H.J. Koopmanste Amsterdam,
mr. J.H.H. Baljette Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
4.Beslissing
vrijdag 27 september 2013 te 09.30 uur;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure vordert de geïntimeerde op grond van artikel 5:50 en Pro 5:51 BW dat appellant de ramen aan de slootzijde van zijn perceel ondoorzichtig en vaststaand maakt, met een dwangsom bij niet-naleving. Appellant voert verweer dat de sloot openbaar water is en dat de afstand tussen de erfgrens en de ramen meer dan twee meter bedraagt, waardoor art. 5:50 BW Pro niet van toepassing zou zijn. Tevens beroept appellant zich op verjaring en misbruik van recht.
De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof stelt vast dat de precieze ligging van de erfgrens en de afstand tot de ramen onduidelijk zijn en partijen hierover van mening verschillen. Daarom benoemt het hof een onafhankelijke landmeterspecialist van het Kadaster als deskundige om deze afstand te meten. De geïntimeerde draagt de bewijslast dat de afstand minder dan twee meter is en dient het voorschot voor het deskundigenonderzoek te voldoen.
Het hof wijst de vordering tot schadevergoeding van appellant af wegens het ontbreken van een reconventionele eis in hoger beroep. Tevens corrigeert het hof een kennelijke verschrijving in het vonnis over het perceelnummer. De zaak wordt aangehouden tot het deskundigenbericht is uitgebracht, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het hof gelast deskundigenonderzoek naar de erfgrens en afstand van de ramen en houdt verdere beslissing aan.