Uitspraak
1.[verzoeker 1],
[verzoeker 2],
[verzoeker 2],
[verzoeker 2],
mr. W.F. Roelinkte Hoofddorp.
Gerechtshof Amsterdam
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. P.C. Kortenhorst, voorzitter van de elfde meervoudige strafkamer van het hof, vanwege vermeende vooringenomenheid tijdens een zitting op 9 augustus 2012 in zaken betreffende het binnenbrengen van luchtdrukwapens in strijd met de Wet wapens en munitie.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoekschrift pas op 5 december 2012 werd ingediend, terwijl de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd reeds op 9 augustus 2012 bekend waren. Verzoekers hadden eerst geprobeerd via brieven hun bezwaren kenbaar te maken, maar dit vormde geen bijzondere omstandigheid die de late indiening rechtvaardigde.
Op grond van artikel 513 lid 1 Sv Pro dient een wrakingsverzoek schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn. Omdat dit niet was gebeurd, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling.
De wrakingskamer bestond uit de rechters E.A.G. van der Ouderaa, G.J. Driessen-Poortvliet en M.F.J.M. de Werd, en de beschikking werd uitgesproken op 12 april 2013 tijdens een openbare terechtzitting van het hof.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na bekendwording van feiten en omstandigheden.