Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
beschikking van de wrakingskamer van 31 juli 2013
[verzoeker],
R.A. van der Horstte Amsterdam.
Het geding
Beoordeling
.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft de verdachte een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van het Gerechtshof Amsterdam, die betrokken zijn bij zijn hoger beroep in een strafzaak. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid vanwege beslissingen van het hof over onderzoekswensen, waaronder het horen van een grondwerktuigkundige en het uitvoeren van een stemanalyse.
De verdachte was eerder door de rechtbank Haarlem veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar voor betrokkenheid bij drugssmokkel en witwassen. In hoger beroep werd onder meer betwist dat bepaalde telefoons aan hem toebehoorden, wat centraal stond bij de onderzoekswensen.
Het hof overwoog dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend en ontvankelijk was. De wrakingskamer toetste of de beslissingen van het hof zo onbegrijpelijk waren dat alleen vooringenomenheid die kon verklaren. Dit werd verworpen, omdat de beslissingen waren gebaseerd op een afweging van de motieven en het dossier, en het hof geen definitief oordeel had geveld over de kernvragen.
De wrakingskamer concludeerde dat geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. Het hof benadrukte dat wraking niet kan dienen als middel tegen onwelgevallige beslissingen en dat het oordeel van de rechtbank Haarlem over het telefoongebruik door verdachte niet zonder meer door het hof werd overgenomen als definitief feit.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid.