Uitspraak
mr. A.J. Butterte Hoorn,
mr. F.S. Cuperuste Zwaag (onttrokken).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De werknemer trad op 12 september 2011 in dienst voor zes maanden bij Asbestsanering B.V. Op 25 november 2011 tekenden partijen een beëindigingsovereenkomst met ingang van 2 december 2011. De werknemer stelde dat deze overeenkomst vernietigbaar was wegens dwang of bedreiging en dat hij recht had op doorbetaling van loon. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet voldoende had nagelopen of de werknemer zich bewust was van de gevolgen van de beëindigingsovereenkomst en kende loon toe tot 11 maart 2012.
In hoger beroep stelde Asbestsanering dat de werknemer zich direct na ondertekening als zelfstandige inschreef en geen WW-uitkering had aangevraagd, wat zou wijzen op bewustheid van de gevolgen. Het hof oordeelde echter dat deze feiten niet zonder nadere toelichting konden leiden tot de conclusie dat de werknemer bij het aangaan van de overeenkomst de negatieve gevolgen volledig besefte.
De grieven van Asbestsanering werden verworpen en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van loon en de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige verificatie door de werkgever bij het sluiten van beëindigingsovereenkomsten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de beëindigingsovereenkomst niet vernietigbaar is en veroordeelt de werkgever tot doorbetaling van loon en proceskosten.