Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
.Dit bedrag wordt niet geheel verbruikt
.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, die tot 2011 een relatie hadden en samen een minderjarige hebben, voeren hoger beroep tegen een beschikking inzake kinderalimentatie. De vrouw vordert een bijdrage van €535 per maand vanaf januari 2012, terwijl de rechtbank dit verzoek had afgewezen.
Het hof onderzoekt eerst of partijen een overeenkomst hebben gesloten over de kinderalimentatie. Op basis van verklaringen ter zitting stelt het hof vast dat geen bindende overeenkomst is gesloten, ondanks dat de man een bedrag van €238 betaalde dat door de vrouw werd behouden. Dit bedrag is onvoldoende om van een overeenkomst te spreken.
Vervolgens bepaalt het hof de draagkracht van partijen op basis van hun inkomens, schulden en lasten. De man heeft een bruto jaarinkomen rond €41.905 en diverse schulden, waarvan alleen de rente op een schuld bij ING wordt meegenomen. De vrouw heeft een bruto jaarinkomen van circa €30.133, maakt kosten voor kinderopvang en lost een schuld aan haar ouders af. Het hof houdt rekening met de alleenstaandennorm en een draagkrachtpercentage van 70%.
Op grond van deze berekeningen stelt het hof vast dat de man een bijdrage van €365 per maand moet betalen vanaf 24 januari 2012. De eerdere beschikking wordt vernietigd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet vanaf 24 januari 2012 een maandelijkse bijdrage van €365 betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind.