Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. J.P. van Vulpente Haarlem,
mr. R. Dijkemate Hilversum.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
DE HEER R.[appellant]
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat centraal of een kredietovereenkomst tussen appellant, handelend onder de naam R.B. Schildersbedrijf, en ABN AMRO Bank moet worden aangemerkt als een ondernemerskrediet of als consumentenkrediet. De overeenkomst betreft een krediet in rekening-courant met een maximum van € 25.000, bestemd voor de bedrijfs- en beroepsuitoefening van appellant.
De rechtbank Haarlem had de vordering van ABN AMRO Bank tot betaling van het openstaande bedrag van € 28.637,53 toegewezen en de reconventionele vordering van appellant tot nietigheid van de kredietovereenkomst wegens strijd met het consumentenkrediet afgewezen. Appellant stelde in hoger beroep dat het kredietconsumentenkrediet was en dat de overeenkomst nietig moest worden verklaard.
Het hof oordeelt dat het krediet terecht als ondernemerskrediet is aangemerkt, gelet op de aard van de overeenkomst, de bedrijfsactiviteiten van appellant en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Het beroep op de Wet op het consumentenkrediet en artikel 1:88 BW Pro faalt eveneens. Ook de stelling dat de kredietovereenkomst nietig is omdat de echtgenote niet heeft meegetekend wordt verworpen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het krediet een ondernemerskrediet betreft en wijst het beroep op nietigheid af.