ECLI:NL:GHAMS:2013:3247
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- M.P. van Achterberg
- A.S. Arnold
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onaanvaardbaar zware last effectenleaseovereenkomsten en wettelijke rente
In deze civiele zaak stond centraal of de effectenleaseovereenkomsten een onaanvaardbaar zware last vormden voor geïntimeerde sub 1 en of Dexia Nederland B.V. wettelijke rente verschuldigd was vanaf de betaaldatum of pas vanaf het einde van de leaseovereenkomsten.
Het hof bevestigde dat de door geïntimeerden opgegeven inkomens- en vermogensgegevens uit 1998 voldoende waren onderbouwd, ondanks het ontbreken van bepaalde belastingoverzichten vanwege het tijdsverloop. Het vermogen betrof voornamelijk de overwaarde van de eigen woning, waardoor de leaseovereenkomsten naar redelijke verwachting een onaanvaardbaar zware last vormden.
Het hof oordeelde dat Dexia haar zorgplicht had geschonden door niet te waarschuwen voor het risico van een restschuld en veroordeelde Dexia tot schadevergoeding van twee derde van de betaalde rente, aflossingen en restschuld. Tevens vernietigde het hof het vonnis voor wat betreft de toekenning van wettelijke rente vanaf de betaaldatum en stelde dat wettelijke rente pas vanaf 11 april 2005, het moment van beëindiging van de leaseovereenkomsten, verschuldigd is.
Het vonnis werd verder bekrachtigd en Dexia werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor de wettelijke rente vanaf de betaaldatum en veroordeelt Dexia tot rente vanaf 11 april 2005, bekrachtigt het vonnis verder en veroordeelt Dexia in de kosten.