Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. E.L. Polakte Amsterdam,
mr. B.A. Zevenbergente Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grief Iover het oordeel van de rechtbank dat V&D kan worden aangerekend dat zij [geïntimeerde] in het korte tijdbestek na haar bekentenis de schuldbekentenis heeft laten tekenen voor de door haar verschuldigde schadevergoeding. In haar toelichting betoogt V&D dat de ondertekening [geïntimeerde] na haar bekentenis niet in een nadeliger positie heeft gebracht, terwijl er evenmin sprake is van misbruik van omstandigheden aan de zijde van V&D. Er was geen sprake van een noodtoestand of dwangpositie, noch misbruik van een geestelijk overwicht. Uit de verklaring van voornoemde [Y], die als productie is ingebracht, volgt ook geenszins dat [geïntimeerde] onder druk is gezet. Zij heeft spontaan verklaard en heeft voldoende tijd voor bezinning gehad.
grief IVdat de rechtbank ten onrechte overweegt dat V&D had behoren te begrijpen dat [geïntimeerde] niet zou hebben ingestemd met het schadebedrag van €115.000,- wanneer zij de tijd had gekregen zich te beraden en advies in te winnen. V&D herhaalt in haar toelichting dat de verklaring vrijwillig en zonder druk tot stand is gekomen en voert aan dat [geïntimeerde] nog voor een tweede gesprek is uitgenodigd, waarin zij haar bezwaren had kunnen uiten, maar dat zij van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt.