Uitspraak
mr. J.B. Maliepaardte Bleiswijk.
mr. I.M.C.A. Reinders Folmerte Amsterdam,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak gaat het om een effectenleaseovereenkomst die appellant in 2001 met Dexia is aangegaan zonder schriftelijke toestemming van zijn echtgenote, zoals vereist volgens artikel 1:88 BW Pro. De echtgenote heeft in 2004 de overeenkomst vernietigd en terugbetaling gevorderd. Dexia stelde dat het vernietigingsrecht was verjaard omdat de echtgenote al langer dan drie jaar op de hoogte was.
De rechtbank had het beroep op verjaring gegrond verklaard, mede op basis van het bewijsvermoeden dat de echtgenote door betalingen vanaf een en/of-rekening bekend was met de overeenkomst. Appellant en zijn echtgenote hebben echter verklaard dat de echtgenote sinds 1996 geen inzage had in bankafschriften en dat appellant de financiële zaken beheerde.
Het hof oordeelt dat appellant voldoende tegenbewijs heeft geleverd dat de echtgenote niet tijdig kennisnam van de leaseovereenkomst, waardoor de verjaringstermijn niet is aangevangen. Hierdoor is de vernietiging van de overeenkomst rechtsgeldig. Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde termijnen, verminderd met uitgekeerde dividenden, met wettelijke rente vanaf 22 oktober 2004. De vordering van Dexia tot betaling van de restschuld wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt Dexia tot terugbetaling van betaalde termijnen met rente vanaf 22 oktober 2004.