ECLI:NL:GHAMS:2013:3685
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- B.A. van Brummelen
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij BPM-aangifte en beroep
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Audi en betaalde een bedrag dat lager werd vastgesteld door de inspecteur. Na bezwaar en beroep werd het BPM-bedrag door de rechtbank verder verminderd en werd de inspecteur veroordeeld tot proceskostenvergoeding. Het Hof oordeelt dat het bezwaar niet gericht was tegen een besluit van de inspecteur, waardoor vergoeding van kosten in de bezwaarfase niet toekomt.
In hoger beroep staat de vergoeding van proceskosten in de beroepsfase centraal. Het Hof stelt dat belanghebbende in beroep wel kostenvergoeding kan ontvangen, tenzij de noodzaak tot beroep uitsluitend uit eigen handelen voortvloeit, wat hier niet is gebleken. Wel acht het Hof bijzondere omstandigheden aanwezig vanwege het grote aantal vrijwel identieke zaken en de beroepsmatige rechtsbijstand, waardoor een forfaitaire vergoeding passend is.
Het Hof vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank over de proceskostenvergoeding, verklaart het beroep gegrond, en veroordeelt de inspecteur tot een proceskostenvergoeding van €236. De beslissing weerspiegelt een zorgvuldige afweging van de juridische regels en praktische omstandigheden rondom proceskostenvergoedingen in BPM-geschillen.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het deel van de uitspraak over proceskostenvergoeding en stelt de vergoeding vast op €236.