ECLI:NL:GHAMS:2013:3793
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.G.H. Beckers
- R.G. Kemmers
- M. Perfors
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing gezag moeder over minderjarige in pleeggezin
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht het hof om de moeder te ontheffen van het gezag over haar dochter, die sinds 2007 in een pleeggezin verblijft vanwege eerdere ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen. De rechtbank had dit verzoek afgewezen en het hof moest beoordelen of deze beslissing terecht was.
De feiten tonen aan dat de dochter veilig gehecht is in het pleeggezin en zich positief ontwikkelt. De andere kinderen van de moeder wonen weer bij haar en staan niet meer onder toezicht. Hoewel er nog zorgen zijn over de opvoedsituatie en financiën van de moeder, is gebleken dat zij zich niet langer verzet tegen de uithuisplaatsing van haar dochter en meewerkt aan de gezagsuitoefening.
Het hof oordeelt dat het belang van de dochter het beste wordt gediend door het gezag bij de moeder te laten, omdat ontheffing haar uitzonderingspositie als enige kind in een pleeggezin zou benadrukken en de samenwerking met hulpverleners zou belemmeren. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ontheffing zou bijdragen aan een positieve ontwikkeling. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing blijven de belangen waarborgen.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en sluit niet uit dat bij toekomstige onduidelijkheid over het toekomstperspectief een ander oordeel mogelijk is.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot ontheffing van het gezag van de moeder over haar dochter in het pleeggezin.