ECLI:NL:GHAMS:2013:3917
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen belastingaanslag 2007 wegens niet aannemelijk gemaakte aftrekposten
Belanghebbende maakte in hoger beroep bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2007, waarbij hij aftrekposten zoals negatief loon en kosten levensonderhoud kinderen opvoerde. De inspecteur had de aanslag vastgesteld op een belastbaar inkomen van €16.783 en heffingsrente in rekening gebracht. Ondanks herhaalde verzoeken om nadere informatie en bewijsstukken heeft belanghebbende niet gereageerd of de aftrekposten onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat belanghebbende niet voldeed aan zijn bewijslast. Het hof bevestigt deze beslissing en oordeelt dat belanghebbende onvoldoende concrete omstandigheden heeft aangevoerd om het onderzoek te heropenen of de zitting bij te wonen. Tevens is gebleken dat de door belanghebbende gestelde aftrekposten niet aannemelijk zijn gemaakt.
Het hof sluit zich aan bij de rechtbank dat de aanslag niet te hoog is vastgesteld en dat ook het beroep tegen de heffingsrente ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen veroordeling in kosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2007 wordt bevestigd.