Uitspraak
mr. J. Bootsma, advocaat te ‘s-Gravenhage,
mr. R.S. Schouten, advocaat te Zeist.
1.Het geding in hoger beroep
2.De stukken van het geding
3.Het vooronderzoek cum annexis.
4.Het standpunt van de KNB
5.Het standpunt van de notaris
6.De beoordeling
7.De beslissing
1. Verloop van de procedure
Onderzoeksfase:
- het nakomen van de informatieplicht (artikel 43 lid 1 Wna Pro) en Belehrungspflicht;
- de mate waarin akten bij volmacht worden gepasseerd en of cliënten daartoe worden bewogen;
- de aanwezigheid van de gevolmachtigde medewerkers bij het passeren van de akten;
- mogelijk in het kader van het onderzoek geconstateerde integriteitschendingen.
buitende zaak, die hij aan de kamer voorlegt blijven:
- de juistheid van de akte van rectificatie en de verstrekking van een afschrift van die akte aan partijen, omdat de plaatsvervangend voorzitter te dien aanzien heeft geconcludeerd dat deze kwesties reeds aan de orde zijn geweest in de zaken die hebben geleid tot de beslissingen KvT 32/2007 en 34/2007 (punten VIII.5, X.1. en X.4. van de conclusies/bevindingen van de plaatsvervangend voorzitter);
- het handelen van de notaris dat onderwerp is van de op 30 december 2008 door de voorzitter opgedragen uitbreiding van het onderzoek, te weten de vraag of de notaris betrokken is geweest bij hypotheekfraude en/of twijfelachtige (A-B-C) transacties, omdat dit onderdeel van het onderzoek nog niet is afgerond.
- Ten aanzien van de bedenking over het nakomen van de informatie- en Belehrungspflicht in de periode 2006 t/m 2008 geldt dat ten aanzien van het handelen van de notaris tot 20 februari 2008 (de datum waarop de klacht #04/2008 werd ingediend bij de kamer) terecht een beroep is gedaan op het beginsel “ne bis in idem”;
- Ten aanzien van de bedenkingen over het passeren buiten de aanwezigheid van de gevolmachtigde medewerkers geldt dat tot 6 september 2007 (de datum waarop de waarnemend voorzitter van de kamer te Utrecht zijn onderzoeksresultaten bij de kamer heeft ingediend in de zaak met nummers #34/2007) eveneens terecht een beroep is gedaan op het beginsel “ne bis in idem”.