ECLI:NL:GHAMS:2013:3942
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.N. van de Beek
- B.F.P. Lhoëst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bewindvoering en mentorschap: voorkeur rechthebbende niet gevolgd
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de kantonrechter waarbij goederen van [a] onder bewind zijn gesteld en een mentorschap is ingesteld, met benoeming van [x] tot bewindvoerder en mentor. Appellanten, waaronder [b], wensen benoeming van laatstgenoemde, maar het hof volgt deze voorkeur niet.
Het geschil betreft de vraag of de gronden voor bewindvoering en mentorschap aanwezig zijn en wie daartoe geschikt is. Het hof stelt vast dat [a] door een chronische psychiatrische stoornis en ernstige visuele beperking niet in staat is haar belangen zelf behoorlijk waar te nemen. De hulp van [b] wordt onvoldoende geacht gezien de maatschappelijke teloorgang voorafgaand aan opname en het conflict tussen partijen.
Hoewel de wet de voorkeur van de rechthebbende bij benoeming respecteert, zijn er gegronde redenen tegen benoeming van [b], waaronder zijn dwingende communicatie en onduidelijke verblijfplaats. Het hof bevestigt daarom de benoeming van de onafhankelijke professional [x]. De proceskosten worden gecompenseerd en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en benoemt een onafhankelijke bewindvoerder en mentor in plaats van de door de rechthebbende gewenste familielid.