Belanghebbende verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over 2009 en 2010 met betrekking tot de aankoop van zilver, terwijl er geen omzetbelasting was geheven over goud. De inspecteur wees dit verzoek af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende edelmetaal kocht met de intentie dit later te verkopen, maar dat dit niet leidde tot ondernemerschap in de zin van de Btw-richtlijn. De regeling voor beleggingsgoud was niet van toepassing, omdat deze niet gold voor zilver en Nederland geen gereglementeerde goudmarkt heeft ingesteld. Het Hof oordeelde dat het beheer van vermogen door aankoop en latere verkoop van edelmetaal niet kwalificeert als economische activiteit.
Belanghebbende kon niet aantonen dat zij economische activiteiten beoogde te verrichten, noch dat zij actief deelnam aan het economische verkeer. Het beroep op het neutraliteitsbeginsel faalde omdat de activiteit niet als economische activiteit werd erkend. Het Hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de inspecteur het verzoek om teruggaaf terecht had afgewezen.