ECLI:NL:GHAMS:2013:4573

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 november 2013
Publicatiedatum
12 december 2013
Zaaknummer
200.120.029-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 lid 2 Fw
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van de instantie en voortzetting van het geding tussen F. van Lanschot Bankiers en Pelican Publishing

In deze civiele procedure in hoger beroep tussen appellanten F. van Lanschot Bankiers N.V. en F. van Lanschot Mezzaninefonds B.V. tegen geïntimeerden Pelican Publishing B.V. en Pelican Magazines B.V. heeft de curator van appellante sub 2 (F. van Lanschot Mezzaninefonds B.V.) het geding niet overgenomen.

Geïntimeerden hebben daarop op grond van artikel 27 lid 2 van Pro de Faillissementswet (Fw) verzocht om ontslag van de instantie ten aanzien van appellante sub 2. Het hof overweegt dat dit verzoek niet dwingend tot toewijzing leidt, maar dat afwijzing alleen mogelijk is indien toewijzing strijd zou opleveren met een goede procesorde. Dit is hier niet het geval, zodat het verzoek wordt toegewezen.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd aan appellante sub 2. Voor het geding tussen appellante sub 1 (F. van Lanschot Bankiers N.V.) en geïntimeerden wordt de zaak verwezen naar de rol van 3 december 2013 voor memorie van antwoord. De aanzegging van een laatste peremptoir uitstel door appellante sub 1 wordt niet gehonoreerd vanwege het Pilot-procesreglement dat termijnen ambtshalve handhaaft.

Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2013.

Uitkomst: Het hof verleent ontslag van de instantie voor appellante sub 2 en verwijst de zaak voortgezet tussen appellante sub 1 en geïntimeerden naar de rol.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II (rolzaken)
zaaknummer : 200.120.029
zaaknummer rechtbank : 530512/KG ZA 12-1582
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 5 november 2013
inzake
Pelican Publishing B.V.,
Pelican Magazines B.V.,
beide gevestigd te Amsterdam,
appellanten,
advocaat: mr. M.P.M. Fruytier te Amsterdam
tegen
1. F. van Lanschot Bankiers N.V.,
2. F. van Lanschot Mezzaninefonds B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
geïntimeerden,
advocaat: mr. R.H.J. van Houts te Utrecht.

1.Het geding in hoger beroep

Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar de rolbeslissing van 23 april 2013.
Geïntimeerden hebben bericht dat de curator van appellant sub 2 (mr. E. Doornhein te Amsterdam) het geding niet wenst over te nemen. Bij rolberichten van heden hebben appellanten en geïntimeerden verzocht ontslag van de instantie uit te spreken in het geding tussen appellante sub 2 en geïntimeerden en voort te procederen in het geding tussen appellante sub 1 en geïntimeerden.
Arrest is bepaald op heden.

2.Beoordeling

2.1
Ten aanzien van de vorderingen van appellante sub 2 geldt het volgende. Nu de curator is opgeroepen en het geding niet heeft overgenomen, hebben geïntimeerden ingevolge artikel 27 lid 2 Fw Pro het recht ontslag van instantie te vragen. Geïntimeerden hebben daarom verzocht.
2.2
Bij de beoordeling van dat verzoek staat voorop dat artikel 27 lid 2 Fw Pro niet dwingt tot toewijzing daarvan. Onder omstandigheden mag de rechter het verzoek afwijzen. Voor afwijzing is in ieder geval reden indien toewijzing in strijd zou komen met de eisen van een goede procesorde. Daarvan is in dit geval geen sprake.
Het verzoek van geïntimeerden tot ontslag van de instantie jegens appellante sub 2 is daarom toewijsbaar. Voor een proceskostenveroordeling van appellante sub 2 bestaat in dit geval geen aanleiding.
2.3.
In het geding tussen appellante sub 1 en geïntimeerden wordt de zaak verwezen naar de rol van 3 december 20103 voor memorie van antwoord. De aanzegging van een laatste peremptoir uitstel door appellante sub 1 heeft verder geen betekenis nu deze mogelijkheid ni het Pilot-procesreglement is komen te vervallen aangezien termijnen ambtshalve worden gehandhaafd.

3.Beslissing

Het hof:
ontslaat geïntimeerden van de instantie voor zover het de door appellante sub 1 ingestelde vorderingen betreft;
verwijst de zaak naar de rol van 3 december 2013 voor memorie van antwoord aan de zijde van geïntimeerden;
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Huijzer, W.J van den Bergh en J.C. Toorman, en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 5 november 2013.